Ligamenten en Verstuikingen

ligamenten

Definitie en inleiding

De ligamenten verbinden twee botten, aan de buitenkant van een gewricht.

Hun rol is de gewrichtsoppervlakken van beide botten tegenover elkaar te houden en zo de stabiliteit van het gewricht te garanderen. Ze zijn flexibel en een beetje elastisch.

Ze hebben te weinig bloedvaten om zich te snel te herstellen, maar ze bevatten veel zenuwen. Als ze beschadigd zijn, kunnen ze hevige pijn veroorzaken.

Ze ontstaan bij een overdreven beweging van het gewricht. De ligamenten worden boven hun limiet uitgerekt en scheuren of komen los van het bot met een stukje bot of breken volledig af.

De meest voorkomende verstuiking is deze van de enkel, als de voet naar binnen wordt gedraaid terwijl het been in zijn as blijft.

Maar er bestaan ook verstuikingen van de duim, gevaarlijk voor een goede grip tussen de duim en de wijsvinger, verstuikingen van de pols – bij handbal bijvoorbeeld en verstuikingen van de knie – bij voetbal of bij het lopen op een oneffen grond.

Een verstuiking kan een blijvende instabiliteit van het gewricht veroorzaken

Pijn is het belangrijkste symptoom van een verstuiking. Ze is te wijten aan een gedeeltelijke of volledige verrekking of scheur van het ligament. De pijn kan gepaard gaan met een zwelling van het gewricht. Hierdoor is het gewricht moeilijk te bewegen, bijvoorbeeld om te stappen of om iets in de hand te nemen. Een gewicht dragen wordt moeilijk of zelfs onmogelijk. Soms zal de huid een “blauwe plek” (in wetenschappelijke taal spreekt men over ecchymose) vertonen die wijst op een bloeding in de weefsels.

Verstuikingen moeten snel worden behandeld zodat het ligament goed kan genezen en opnieuw zijn initiële lengte krijgt. Zo niet zal het gewricht onstabiel worden.

Elke verstuiking moet snel worden gediagnosticeerd en behandeld. Raadpleeg snel uw arts

Verstuikingen worden gerangschikt volgens hun symptomen naargelang onderstaande tabel.

Graad I vereist weinig aandacht maar graad II en III vereisen een medische raadpleging om een snelle genezing zonder gevolgen te hebben.

teken/symptoomgraad Igraad IIgraad III
Ligamentscheurgeengedeeltelijkvolledig
Problemen om te bewegenlichtmatigernstig
Pijnlichtmatighevig
Zwellinglichtmatighevig
Ecchymoseneevaakaltijd
Problemen om iets te dragenneegebruikelijkbijna altijd

Hier volgen de resultaten van een studie gebaseerd op 467 patiënten die het slachtoffer waren van een enkelverstuiking. De percentages mogen niet strikt worden genomen, maar ze zijn gelijkaardig aan deze in andere studies.

Op korte termijn zal bij 46 % patiënten de immobilisatie of het dragen van een spalk 15 dagen of langer duren. 39 % van de patiënten konden gedurende 15 dagen of langer geen gewicht dragen. En voor 35 % van hen werd een beperking van de activiteiten gemeld gedurende meer dan 28 dagen. Wat men vaak niet weet, is dat er 6 tot 18 maanden na de verstuiking nog overblijvende symptomen zijn: het gaat hoofdzakelijk om pijn die nog bij 51 % van de patiënten aanwezig is en matig tot hevig is bij 23 % van hen. Na 6 tot 18 maanden had 11 % van alle opgevolgde patiënten nog een pijnstillende behandeling nodig. Een laatste interessant gegeven uit deze studie heeft betrekking op het effect van volledige immobilisatie van het gewricht. Als deze immobilisatie langer duurt dan 28 dagen, wordt het risico op matige tot ernstige symptomen verdubbeld.

De oorzaken

Ze ontstaan bij een overdreven beweging van het gewricht. De ligamenten worden boven hun limiet uitgerekt en scheuren of komen los van het bot met een stukje bot of breken volledig af.

De onderzoeken ter bevestiging van de diagnose zijn eenvoudig, snel en pijnloos.

De arts zal eerst röntgenfoto’s vragen om elk botletsel uit te sluiten (bijvoorbeeld een scheur) dat de pijn zou verklaren of geassocieerd zou zijn met een peesontsteking.

Als er niets te zien is op de röntgenfoto’s zal een echografie met ultrasone golven de peesontsteking aantonen.

De onderzoeken zijn eenvoudig, snel en pijnloos

De behandeling

Het belangrijkste is de pijn controleren. Optreden tegen de ontsteking na de periode die onmiddellijk volgt op het trauma lijkt minder nuttig. Enerzijds maakt de ontsteking, als ze niet te erg is, deel uit van het herstelproces. Anderzijds is het niet aangetoond dat de genezing versnelt als de ontsteking wordt bestreden.

In studies werd vastgesteld dat de snelle mobilisatie van het gewricht na het trauma zorgt voor een beter herstel van zijn mobiliteit. We mogen met het gekwetste gewricht dus alle bewegingen uitvoeren die geen pijn doen. Het optreden van pijn betekent dat we te veel vragen van het ligament en dat we zijn herstel verstoren.

Twee doelen die moeten worden behaald: de pijn beheersen en de duur van de immobilisatie beperken

Paracetamol is één van de eerste keuze pijnstiller bij verstuikingen.

De doeltreffendheid van paracetamol tegen pijn is goed bewezen en hij heeft weinig lokale of algemene bijwerkingen. Hij mag indien nodig langdurig worden gebruikt, op voorwaarde dat de maximale dosis en de aanbevolen tijd tussen twee innamen worden gerespecteerd.

Advies

Onmiddellijk na de verstuiking moet het gewricht worden beschermd door het te laten rusten. We mogen bewegingen blijven maken die geen pijn doen, maar bij de ernstige gevallen is het aangeraden om het gewricht volledig te immobiliseren.

Om de ontsteking (de zwelling) zo veel mogelijk te vermijden, moeten we zo snel mogelijk ijs leggen op het gewricht. Het ijs zal ook de ernst van de bloeding in de weefsels beperken. We zullen het ijs gedurende 10 minuten op het gewricht laten en het ijs er elk uur of elke 2 uur opnieuw opleggen, naargelang de behoefte.

We kunnen ook nog twee andere dingen doen om de zwelling te controleren: het gewricht licht samendrukken met een verband en het gewricht minstens 10 cm hoger dan het hart leggen.

Een verstuiking mag nooit licht worden opgenomen.

Chèvremont M, Cytologie et Histologie, Ed Desoer, 1975 Braun BL, Arch Fam Med 1999, 8: 143-148 Ivins D, Am Fam Physician 2006, 74: 1714-1726 Paoloni J et al, MJA 2005, 183: 384-388 Sharma P et al, J Musculoskelet Neuronal Interact 2006, 6: 181-190 Manuel Merck de diagnostic et thérapeutique